Lage bloeddruk: welke waarden en klachten zijn belangrijk?

Een bovendruk rond 90 of een onderdruk rond 60 zegt niet alles. Vooral klachten en het tijdstip waarop ze optreden geven de meting betekenis.

Bijgewerkt 4 min leestijd

Bij de meeste mensen wordt een bovendruk lager dan 90 mmHg of een onderdruk lager dan 60 mmHg als laag beschouwd. Een lage waarde zonder klachten is meestal geen probleem, maar duizeligheid of flauwvallen verandert de situatie. Noteer daarom niet alleen de waarde, maar ook welke klacht u had en wanneer die begon. Thuisarts benadrukt dat de grens waarop iemand klachten krijgt per persoon verschilt.

Wanneer is uw bloeddruk laag?

De NHS en de American Heart Association noemen 90/60 mmHg als algemene grens. Thuisarts verduidelijkt dat bij een lage bloeddruk de bovendruk lager dan 90 mmHg of de onderdruk lager dan 60 mmHg kan zijn. Toch kan iemand zich goed voelen bij 90/60, terwijl een ander al bij een hogere waarde duizelig wordt. Het getal en de klachten horen dus samen.

De bloeddrukcalculator op deze site deelt vooral hogere bloeddrukwaarden in categorieën in. Een meting onder 120/70 verschijnt daar als normaal. Gebruik die categorie niet om klachten bij een lage bloeddruk te negeren.

Een lage waarde zonder klachten

Volgens de American Heart Association is één waarde die lager is dan gebruikelijk zonder andere problemen meestal geen reden tot ongerustheid. Ook Thuisarts zegt dat een lage bloeddruk zonder klachten vaak geen behandeling vraagt.

Blijf de waarden wel volgens uw gebruikelijke schema noteren. Een reeks vertelt meer dan één ochtendmeting. Met de calculator voor de gemiddelde bloeddruk kunt u het gemiddelde van elke periode afzonderlijk berekenen en de uitkomsten vergelijken.

Welke klachten maken verschil?

Duizeligheid, een licht gevoel in het hoofd, wazig zien, zwakte, misselijkheid en flauwvallen zijn klachten die de NHS en Thuisarts bij een lage bloeddruk noemen. De American Heart Association adviseert bij klachten contact op te nemen met een zorgverlener en vast te leggen wanneer de klachten optraden.

Denkt u dat u gaat flauwvallen? De NHS adviseert te gaan liggen met de benen omhoog. Kunt u niet liggen, ga dan zitten met het hoofd omlaag. Bij ernstige of aanhoudende klachten volgt u het advies van uw arts of de lokale spoedzorg.

Duizelig bij het opstaan

Treden de klachten op wanneer u opstaat, dan kan het gaan om orthostatische hypotensie: een daling van de bloeddruk bij het veranderen van houding. De NHS gebruikt die term voor dit patroon. Thuisarts adviseert rustig op te staan, eerst even te zitten en bij duizeligheid weer te gaan zitten.

Een arts kan deze klacht met een aparte test beoordelen. De Britse richtlijn NICE NG136 beschrijft een meting terwijl iemand op de rug ligt en een tweede meting na minstens één minuut staan. Een daling van de bovendruk met 20 mmHg of meer, of van de onderdruk met 10 mmHg of meer, is daarbij relevant. Deze test is iets anders dan een gewone zittende thuismeting.

Wat noteert u?

Schrijf de bloeddrukwaarden en het tijdstip op, plus wat u deed toen de klacht begon. Bijvoorbeeld: 86/54 om 7.40 uur, opgestaan uit bed, één minuut duizelig. Daarmee kan uw huisarts meer dan met alleen het getal.

Het afdrukbare bloeddrukdagboek heeft ruimte voor notities. In zo houdt u een bloeddrukdagboek bij leest u hoe u metingen over meerdere dagen ordent. In BP Diary blijft een notitie bij de meting en het tijdstip staan wanneer u een rapport deelt.

Wanneer neemt u contact op met de huisarts?

Maak een afspraak als u vaak duizelig bent, valt of wankel loopt. Dat adviseert Thuisarts ook wanneer u een lage bloeddruk heeft en medicijnen gebruikt die de bloeddruk verlagen. Verander medicijnen niet zelf, maar bespreek dit met uw arts.

Bel direct uw huisarts of de huisartsenpost bij veel bloedverlies, zwarte ontlasting of langer dan drie dagen braken of diarree, zoals Thuisarts adviseert. Bij een lage waarde zonder klachten kunt u de meting vastleggen en uw gebruikelijke meetschema volgen.

Lees verder