Normale bloeddruk per leeftijd: waarom er geen leeftijdstabel is

Voor volwassenen hebben de Europese bloeddrukcategorieën geen aparte rij per leeftijd. Een persoonlijk behandeldoel kan wel verschillen.

Bijgewerkt 4 min leestijd

Voor volwassenen is er in de Europese ESC-richtlijn van 2024 geen tabel waarin u eerst uw leeftijd opzoekt. De grenzen voor de bloeddrukcategorieën zijn hetzelfde op 35 en 75 jaar. Een thuisgemiddelde valt in de categorie hypertensie zodra de gemiddelde bovendruk 135 mmHg of de gemiddelde onderdruk 85 mmHg bereikt. Leeftijd kan wel invloed hebben op wat vaak voorkomt en op het behandeldoel dat een arts met u afspreekt. Dat is iets anders dan de categorie van een meting.

Welke categorieën gelden voor volwassenen?

Bij een meting in de spreekkamer noemt ESC 2024 de bloeddruk niet verhoogd wanneer de bovendruk onder 120 én de onderdruk onder 70 mmHg ligt. De categorie verhoogd begint bij 120 bovendruk of 70 onderdruk, zolang beide waarden onder de hypertensiegrens blijven. Hypertensie begint in de spreekkamer bij 140 bovendruk of 90 onderdruk. Voor het gemiddelde van thuismetingen begint die laatste categorie al bij 135 bovendruk of 85 onderdruk. De volwassenentabel heeft geen leeftijdskolom.

De American Heart Association gebruikt voor de VS andere categorieën, met normaal onder 120/80 mmHg en daarboven een verhoogde categorie en twee fasen van hypertensie. Ook die volwassenencategorieën hebben geen aparte leeftijdsrij. Daarom vraagt de bloeddrukcalculator op deze site niet naar uw leeftijd. Hij toont de gekozen referentie en de categorie, geen diagnose.

Waarom bestaan er toch leeftijdstabellen?

De gemiddelde bovendruk in een bevolking stijgt vaak met de leeftijd. De American Heart Association legt uit dat grote slagaders met de jaren stijver worden. Een tabel met gemiddelden laat zien welke waarden vaak worden gemeten bij mensen van dezelfde leeftijd. Zij zegt niet of een waarde voor u gezond is of welk doel uw arts kiest.

Een hogere waarde kan op 70-jarige leeftijd dus vaker voorkomen zonder daardoor automatisch een normale of gewenste waarde te worden. Vergelijk uw meting met de juiste referentie en bespreek uw persoonlijke situatie met uw arts.

Wanneer verandert leeftijd wel de streefwaarde?

Bij de behandeling van een vastgestelde hoge bloeddruk kan een arts een ander doel kiezen op basis van leeftijd, kwetsbaarheid en andere aandoeningen. In de Britse richtlijn NICE NG136 ligt het doel in de spreekkamer onder 140/90 mmHg voor volwassenen jonger dan 80 jaar en onder 150/90 mmHg vanaf 80 jaar. Voor het gemiddelde van thuis- of dagmetingen gebruikt die Britse richtlijn respectievelijk 135/85 en 145/85 mmHg als bovengrens. Dit zijn Britse behandeldoelen, geen nieuwe definitie van de bloeddrukcategorieën.

Ook de Nederlandse patiënteninformatie maakt bij thuismetingen een leeftijdsverschil in het advies over het gemiddelde. Thuisarts noemt een gemiddelde bovendruk onder 135 mmHg goed voor de meeste mensen, en onder 145 mmHg vanaf 70 jaar. Andere afspraken met uw huisarts gaan voor. Dit advies over een thuisgemiddelde en een persoonlijk doel vervangt de categorieën van de ESC-tabel niet.

Voor kinderen gelden andere regels

Bij kinderen van 1 tot en met 12 jaar gebruikt de American Academy of Pediatrics percentielen die afhangen van leeftijd, lengte en geslacht. Vanaf 13 jaar gebruikt deze Amerikaanse richtlijn vaste grenzen voor adolescenten. De beoordeling van een kind vraagt pediatrische context en een zorgverlener. Gebruik de calculator voor volwassenen niet om de bloeddruk van een kind te beoordelen.

Wat gebruikt u in plaats van een leeftijdstabel?

Noteer meerdere thuismetingen volgens het schema van uw arts. In Nederland beschrijft Thuisarts bijvoorbeeld een week met twee metingen in de ochtend en twee in de avond. Bereken de gemiddelde bovendruk en gemiddelde onderdruk afzonderlijk. De calculator voor de gemiddelde bloeddruk kan daarbij helpen. Het afdrukbare bloeddrukdagboek geeft ruimte om waarden en tijdstippen te noteren. Zo houdt u een bloeddrukdagboek bij legt de opbouw uit.

In de Britse route bevestigt NICE NG136 hypertensie pas wanneer een verhoogde spreekkamerwaarde samenvalt met een verhoogd thuisgemiddelde of daggemiddelde. De Britse thuismetroutine telt minstens vier en liefst zeven dagen en laat de eerste dag weg uit het gemiddelde. Volg in Nederland het schema dat uw huisarts voor u kiest; neem de Britse eerste-dagregel niet vanzelf over.

BP Diary bewaart uw metingen op één plek. U kunt gemiddelden over een gekozen periode bekijken en een rapport met uw arts delen.

Lees verder